Kilometerheffing resulteert in provinciale ongelijkheid voor Nederlandse autobezitters

Als de huidige wegenbelasting in 2030 vervangen wordt door een kilometerheffing, leidt dat tot aanzienlijke verschillen in jaarlijkse kosten voor autobezitters. De verschillen tussen provincies kunnen behoorlijk zijn, afhankelijk van de gemiddelde afstand die autobezitters in die regio’s jaarlijks rijden. Inwoners van Flevoland komen er het slechtst van af, terwijl Zuid-Hollanders er juist op vooruit gaan. Dat blijkt uit onderzoek van dataspecialist Frank Breukelman van PR-bureau Tijd voor publiciteit.

Breukelman zocht uit wat de bezitter van een benzine-middenklasser momenteel per provincie aan wegenbelasting betaalt. Dat vergeleek hij met de kosten na invoering van het zogeheten rekeningrijden, uitgaande van €0,08 per kilometer maal het gemiddelde aantal kilometers per provincie, dat het CBS deze week publiceerde. “De analyse toont aan dat de nieuwe kilometerheffing in acht van de twaalf provincies leidt tot hogere kosten voor autobezitters in vergelijking met de huidige wegenbelasting,” licht Breukelman toe.

Grootste stijging in Flevoland, ‘winst’ voor Zuid-Hollanders

Het nieuwe belastingsysteem voor autogebruik in plaats van autobezit zou betekenen dat de gemiddelde automobilist in Flevoland jaarlijks straks €914,80 kwijt zou zijn. Dat is een stijging van €186,80 ten opzichte van de huidige wegenbelasting van €728. Inwoners van Flevoland maken op jaarbasis de meeste kilometers: gemiddeld 11.435, ruim 400 meer nog dan de gemiddelde Fries. Zij zien de kosten met €137 oplopen. Ook in Groningen stijgen de kosten met bijna €100 per jaar.

Daarentegen zou in Zuid-Holland, waar autobezitters gemiddeld minder kilometers rijden (8.261 per jaar), de jaarlijkse last juist dalen. Zij zouden €660,88 betalen onder de nieuwe regeling, in plaats van de huidige €772. Dit resulteert in een besparing van €111,12 per jaar. Ook inwoners van Limburg, Gelderland en Noord-Brabant gaan er (nipt) op vooruit.

Gebrek aan OV-opties

Dat men in de ene provincie vaker de auto pakt dan in de andere, hoeft geen probleem op te leveren met de invoering van een kilometerheffing, mits dit om een vrijwillige keuze gaat, zo veronderstelt Breukelman. “Betalen voor gebruik, en daarmee letterlijk dus de belasting van wegen en het milieu, is in de basis een eerlijk uitgangspunt. Alleen dan moet wel iedereen toegang hebben tot voldoende alternatieven voor de auto.” En daar wringt de schoen, aangezien de bevolkingsdichtheid en reisafstanden vooral in het noorden van het land doorgaans flink verschillen van de Randstad. Opmerkelijk is in dat opzicht de positie van Zeeland: daar rijdt men gemiddeld ‘slechts’ 9369 kilometer per jaar, ondanks dat er geen enkele andere provincie is waar bijvoorbeeld de gemiddelde afstand tot een treinstation nog groter is.

“Deze bevindingen tonen een duidelijke provinciale ongelijkheid aan,” concludeert Breukelman. “Het is van groot belang dat de overheid rekening houdt met deze geografische verschillen en overweegt hoe de kilometerheffing op een eerlijke manier kan worden toegepast, zodat de lasten niet onevenredig op bepaalde groepen vallen.”

Dit is een persbericht van Tijd voor Publiciteit. Meer weten over dit onderzoek? Neem dan contact op met Frank Breukelman via +31 6 48398534 of frank@tijdvoorpubliciteit.nl.